| |
|
Emily Beynon
,,Denk aan de fluit als aan een stem’’
Emily Beynon is sinds 1995 solofluitiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Na haar studie en een aanstelling van amper drie weken bij het BBC National Orchestra of Wales maakte ze de overstap naar het vasteland. Nederlanders, had ze als lid van het Europees jeugdorkest al eens bedacht, zijn open en gezellig. En tijdens een concert met het BBC Welsh in Den Bosch: ,,In Nederland kan ik wel wonen.’’
Door Joke Dame
Ze is net terug uit Japan, Tokyo, waar ze was uitgenodigd om Takemitsu’s fluitconcert te spelen met het NHK Symphony Orchestra (het Japanse Radiosymfonieorkest) onder Vladimir Ashkenazy. Emily Beynon, solofluitiste van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), speelde datzelfde stuk al vier jaar geleden in Japan met de New Japan Philharmonic, tijdens het herdenkingsconcert vijf jaar na de dood van de componist. Het fluitconcert draagt de poëtische titel I hear the water dreaming. Hoe klinkt dromend water? Beynon: ,,Zo práchtig. Een beetje als Debussy. Het stuk is geïnspireerd door het schilderij ‘Water Dreaming’ van de aboriginal schilder Clifford Possum Japaltjarri. In water dreaming-ceremonies wordt regen opgeroepen en het water geëerd. Takemitsu’s klankwereld is heel origineel, met een flinke dosis invloed van Franse componisten.’’
Haar Nederlands verdient alle lof, al blijft ze twijfelen over ‘de’ of ‘het’ en heeft ze de praktijk van ‘je’ of ‘u’ ook nog niet helemaal onder de knie. Maar ze heeft niet die typisch Britse dikbuikige intonatie in haar Nederlands, hooguit een licht ondefinieerbaar accent. Emily Beynon (35) komt uit Wales. En ook een beetje uit Zweden en uit Italië, waar haar reislustige ouders haar als jong kind lieten opgroeien.
Die ouders waren een op hoog niveau pianospelende dramadocente en een zeer muzikale fluitspelende wiskundeleraar. Ze hebben Emily, en haar harpspelende zusje Catherine, volop gesteund in hun weg naar het muziekpodium. Die weg liep langs jeugdorkesten, kamermuziekclubjes en concoursen. Beynon: ,,Ik vond het altijd leuk om met anderen te spelen, ook toen ik net begon. Het was mijn sociale leven. Ik ging niet zo naar feestjes. Mijn vrienden vond ik in het jeugdorkest - eerst bij locale blaasorkesten, later het Nationale Jeugdorkest en het Europese Jeugdorkest - en in kamermuziekgroepen, en dat was heel stimulerend. Veel van mijn vrienden zijn ook in de muziek gegaan. Toen ik voor de allereerste keer in een symfonieorkest speelde vond ik dat zo gaaf. Een klein deel van een enorm groot geluid te zijn vond ik heel spannend, maar ik wist echt niet dat je je baan ervan kon maken.’’
Later wist ze dat natuurlijk wel en toen ze toelatingsexamen deed voor het conservatorium kwam de twijfel, vroeg ze zich af of ze wel goed genoeg was. Zou ze een kans maken in de muziekwereld na vier jaar studeren? Uit voorzorg schreef ze zich ook in op een universiteit. Van de Londense conservatoria wilde ze het liefst naar de Royal College of de Royal Academy. ,,Ik zei tegen mezelf: als ik een beurs krijg van een van deze twee scholen – en die kans is érg klein – dan probeer ik het. Zo hoefde ik de beslissing niet zelf te nemen. Ik kreeg voor beide conservatoria een beurs, en dat gaf me het gevoel dat ik de juiste stap nam.’’ Ze beleefde vier fantastische jaren aan de Royal Academy of Music, bij William Bennett,en later nog een jaar bij Alain Marion in Parijs.’’
Toen ze terug kwam uit Parijs waren er in het Verenigd Koninkrijk twee solofluitposities vrij: een in het BBC Welsh en een in het BBC Symfonieorkest. Na een proefspel bij beide orkesten volgde een selectieprocedure van twee jaar waarin ze met steeds minder kandidaten beurtelings in het orkest meespeelde. Ze kreeg uiteindelijk de positie bij het BCC Welsh, maar toen ze ,,helemaal blij’’ haar oud-leraar Bennett belde, reageerde hij lauw. Daar moest ze maar niet al te lang blijven en, tipte hij: het Concertgebouworkest in Amsterdam heeft ook een vacature. Nou jaaaa ... was Beynons eerste reactie. Maar een paar weken later belde ze toch eens naar Amsterdam. Wanneer de uiterste inschrijfdatum was. Het antwoord: morgen. Beynon: ,,Ik heb toen snel een cv opgestuurd waarop ik een uitnodiging kreeg voor een proefspel. En na een ronde achter het scherm en een proefspel van een half uur in de kleine zaal die kreeg ze baan. ,,Dat was een hele grote schok voor mij want die korte procedure was mij onbekend. Ik had ook hier op een paar jaar proefspel gerekend en wist niet dat het hier zo snel zou gaan. Ik zat nog maar drie weken in het BBC Welsh, weliswaar na een proefperiode van twee jaar, toen ik alweer wegging. Beetje gênant was dat wel.’’
Lievelingsfluit
Het viel haar nog niet mee om Nederlands te leren. Iedereen spreekt hier ,,fantastisch Engels en wil het ook graag spreken’’. En voor het KCO staat ook maar zelden een Nederlandse dirigent. Na haar eerste contract voor een jaar en nog een seizoen waarin ze veel buitenlandse verplichtingen had, nam ze de beslissing om in het vervolg uitsluitend nog Nederlands te praten. En toen ging het vrij vlot, ,,want ik had al twee jaar heel goed geluisterd. Het lijkt een beetje op hoe je je eerste taal leert. Dat doe je ook door eerst te luisteren.’’
Dat ze geen Engels accent zou hebben kan ze, na een blik vol scepsis, wel verklaren. ,,Je moet de klank van een andere taal willen kopiëren. Je mond ernaar zetten. Het is een combinatie van een muzikaal oor en de klank willen vormen in je mond. De ui-klank was heel moeilijk in het begin, het voelde zo vreemd. Daar oefen ik dan op en dat ben ik gewend, want dat is eigenlijk wat ik met fluit ook doe. Ik probeer de klanken die ik hoor na te bootsen. Als ik een fantastische zanger hoor, dan wil ik zo’n kleur ook op fluit kunnen maken en dan ga ik uitvoerig proberen hoe ik die klank kan nadoen. Het blijft natuurlijk een fluit, maar ik zoek de intentie van zo’n klank.’’
Je kunt als fluitist altijd iets van zangers leren, vindt Beynon. Er is een overeenkomst in klank, articulatie en ademsteun. ,,Maar zangers hebben dan ook nog de tekst. Als ik les geef probeer ik vaak een tekst te verzinnen om de muziek levend te maken. Ik ben er jaloers op dat zangers dat allemaal van de componist krijgen. Het helpt de verbeelding, bij wat de componist voor ogen stond bij een bepaalde frasering. Als een componist een stuk voor mij schrijft, zeg ik ook altijd: denk aan de fluit alsof het een stem is.’’
Haar klankgevoeligheid is wellicht ook de reden geweest dat ze zich de positie verwierf van solofluitist bij het KCO. ,,Het orkest is internationaal beroemd vanwege zijn klank. En klank is ook mijn sterkste punt. Dat is vast geen toeval. Als je een interessante klank hebt en veel kleur of een leuk vibrato, dan kun je met één noot zoveel zeggen. Heb je dat niet, dan kun je misschien wel virtuoze loopjes spelen, maar heeft het toch minder zeggingskracht. Mijn aandacht richt zich het meest op de rijkdom van mijn klankpalet, om iets interessants met klank te kunnen zeggen.’’
Ze speelt op verschillende fluiten in het orkest, afhankelijk van het te spelen repertoire. Haar ,,lievelingsfluit’’ is een oude Franse Louis Lot uit 1903. De precisie en de zuiverheid van dat instrument zijn niet geweldig, zegt Beynon. ,,maar de klank is zo mooi. De toongaten zijn verplaatst om de ene noot een beetje hoger te krijgen, de andere wat lager. Er was sowieso een andere stemming, een eeuw geleden. Er is veel werk aan verricht. Er zijn een paar nieuwe kleppen opgekomen, dus het instrument is helemaal meegegroeid met de tijd. Ik gebruik die fluit tegenwoordig niet zo vaak in het orkest want het KCO stemt 442 Hertz en mijn fluit zit nu zo rond 440, dus dan kom ik niet hoog genoeg.’’ Daarnaast heeft Beynon twee Altus fluiten, waarvan de één een kopie is van de oude Louis Lot. En dan speelt ze nog op een houten Yamaha fluit van het orkest. ,,Het is een leuk instrument om op te spelen, die moderne, splinternieuwe houten fluit. Houten fluiten zijn natuurlijk een traditie in het Concertgebouworkest, maar dat waren oude fluiten. Ze hebben een iets mildere, misschien wat vollere klank. Goed voor het barokrepertoire en het klassieke repertoire. Ik zou het niet gebruiken voor Franse muziek of twintigste-eeuwse muziek.’’
Lipspul
Hoe ziet haar dag eruit als ze moet spelen? Beynon: ,,Op de dag zelf gaat het vooral om onderhoud en zorgen dat je in vorm bent. Rusten is daarbij wel belangrijk, middagdutje doen.’’ Ze giechelt. ,,Maakt niet uit of het voor een soloconcert is of voor het orkest. Ik haat het gevoel dat je op de dag zelf nog passages moet bekijken. Als je het dan niet kan is het te laat.’’ Overkomt haar nooit? ,,Nóóit,’’ is het te stellige antwoord met ondermijnende ironie. Ze werkt aan haar embouchure. ,,Droge oefeningen, veel toonoefeningen, flageoletten, om het gevoel op de juiste plek te hebben. De fluit is gebaseerd op het eerste octaaf. Alles wat daarboven zit, het register waar we het meeste spelen, zijn boventonen van de lagere, net als bij koperinstrumenten. Dan moet je vooral zorgen dat de luchtsnelheid onder controle is. En daarvoor moet je je fit voelen.
Die embouchure is wel eens wat minder, ja. Bijvoorbeeld als je verkouden bent of als het weer ineens verandert. Een paar weken geleden was het plotseling heel erg koud. Dat is vreselijk voor je lippen. Iedereen heeft dan last van velletjes en opgezette lippen. Ik heb al zoveel lipspullen geprobeerd. Ik ben nu verslaafd aan A&D, een vreselijk stinkende crème voor baby’s met schrale luierbilletjes. Dat voelt goed aan je lippen, gek hè? Dat soort lipspullen wordt ook flink uitgewisseld onder de blazers van het orkest.’’
,,Dat er miljoenen mensen fluitspelen,’’ reageert Beynon prompt op de vraag naar het moeilijkste aan het instrument. ,,Voor elk proefspel zijn er honderden fluitisten die de baan graag willen hebben. Klinkt misschien grappig, maar het is wel waar. Fluit is niet een van de moeilijkste instrumenten van het orkest. Bij lange na niet. Je kunt het echt niet
vergelijken met hoorn of viool. Maar juist daardoor zijn er veel meer mensen die het op een hoog niveau kunnen spelen.’’
Liever had ze dan ook viool willen spelen. Waarom? ,,Vanwege het fantastische repertoire. We hebben prachtige stukken, maar er zijn niet meer dan vijftien of twintig echte topstukken. Voor viool zijn er honderden. En lang niet alle geweldige componisten hebben voor fluit geschreven. Ik vind het bijvoorbeeld heel jammer dat Sjostakovitsj geen fluitconcert heeft geschreven, of Prokofjev of Tsjaikovski. Ze schrijven zo schitterend mooi voor fluit in het orkest, heerlijk om te spelen, maar waarom heeft toch niemand ze gevraagd een fluitconcert te schrijven?
Ze woont prachtig in Amsterdam, in een hoog balkenappartement met uitzicht op een rustige, brede gracht. Het is er gehorig, maar haar naaste buren spelen of piano of zijn Vrienden van het Concertgebouw, dus niemand klaagt. Voorlopig zit ze goed, ze heeft ,,de fijnste baan van de wereld’’, geeft daarnaast nog als hoofddocent les aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, maakt veel kamermuziek en speelt op uitnodiging bij orkesten in Europa, Amerika en Japan. In Japan, waar ze jaarlijks een zomercursus geeft in het Kirishima-festival, komt deze zomer haar zesde cd uit. Volgend jaar verschijnt een solo-cd in de serie Soloblazers van het Concertgebouworkest.
En het zijn dan wel niet de Russische componisten, maar hedendaagse toondichters maken graag nieuw werk voor haar. Jonathan Dove schreef het fluitconcert The Magic Flute Dances, John Woolrich componeerde Darker Still en Sally Beamish Words for my Daughter. Nu we het er toch over hebben: kinderen? Gedecideerd: ,,O dat zien we wel. Het gaat gebeuren of het gaat niet gebeuren, dat kun je niet altijd plannen. Natuurlijk mag je het vragen, maar het antwoord heb ik niet. Het leven werkt niet zo. Op dat punt …’’ - en dan drukt ze zich ineens toch uit in haar moedertaal - ,,I go with the flow.’’
Emily Beynon speelt op twee verschillende fluiten van het merk Altus. En op een Louis Lot uit 1903. Deze fluiten bespeelt ze met een Lafin kop. Darnaast speelt Beynon op een houten fluit van Yamaha.
|